Jonge trainers hebben meer nodig dan een trainersopleiding
“Een jonge trainer vinden is één ding. Ervoor zorgen dat die jongere zich bekwaam, gesteund en gewaardeerd voelt, bepaalt mee of hij of zij trainer blijft.”
Die gedachte loopt als een rode draad doorheen de bachelorproef van Axel Belmans, student Sport- en Cultuurmanagement aan Thomas More en mede-organisator van Sportclub Connect.
Axel onderzocht de pedagogische noden van jonge trainers tussen 16 en 25 jaar in de Sportregio Zuiderkempen. Zijn doel was heel praktisch: Jeugdsportnet Zuiderkempen handvatten aanreiken om het engagement van jonge trainers te vergroten. Hiervoor combineerde hij een enquête met diepte-interviews en onderzocht hij vier pedagogische pijlers.
Zijn onderzoek raakt daarmee één van de belangrijkste uitdagingen binnen De Trainer op 1 aan:
Hoe zorgen we er niet alleen voor dat jongeren trainer worden, maar ook dat ze trainer willen blijven?
“Sporttechnische kennis alleen is niet voldoende”
Axel, waarom koos je ervoor om jonge trainers te onderzoeken?
“Sportclubs hebben het steeds moeilijker om voldoende trainers te vinden en te behouden. Jongeren zijn daarbij een belangrijke doelgroep. Zij kunnen mee de toekomst van de trainerswerking van een sportclub verzekeren.”
Maar jonge trainers opleiden betekent volgens Axel meer dan hen leren hoe ze een goede training moeten geven.
Beginnende trainers moeten ook leren omgaan met kinderen en jongeren, ouders, conflicten, groepsdynamiek, onzekerheid en verantwoordelijkheid.
Het onderzoek vertrekt daarom vanuit vier pedagogische pijlers: emotionele veiligheid, persoonlijke ontwikkeling, sociale ontwikkeling en het overdragen van normen en waarden.
73,2%: een cijfer dat sportclubs aan het denken mag zetten
Eén resultaat uit Axels onderzoek springt eruit.
73,2% van de bevraagde jonge trainers geeft aan dat betere pedagogische ondersteuning ervoor zou zorgen dat ze zich waarschijnlijk of zeker sneller of langer als trainer zouden engageren.
Dat cijfer verandert de manier waarop we naar het trainerstekort kunnen kijken.
De vraag is niet alleen: “Waar vinden we nieuwe trainers?”
Maar ook:
– “Wat hebben jonge trainers nodig om graag trainer te zijn én te blijven?”
–“Zorg dat een jonge trainer weet bij wie hij terechtkan”
Een belangrijk aandachtspunt is het ontbreken van een duidelijk aanspreekpunt.
Uit het onderzoek blijkt dat 48,1% van de jonge trainers onvoldoende duidelijk weet bij wie ze binnen de club terechtkunnen voor hulp.
Dat hoeft volgens Axel niet noodzakelijk opgelost te worden door een nieuwe functie te creëren. Een bestaande trainer, coördinator of ploegverantwoordelijke kan die rol opnemen.
Belangrijker dan de functietitel is dat een jonge trainer weet: “Als ik morgen met een probleem zit, kan ik bij die persoon terecht.”
Een kleine aanpassing in de organisatiestructuur kan zo een groot verschil maken in het veiligheidsgevoel van een jonge trainer.
“Jonge trainers willen groeien, maar liefst dicht bij de praktijk”
Ook persoonlijke ontwikkeling blijkt een belangrijk aandachtspunt.
42% van de bevraagde trainers vindt dat ze vanuit hun club onvoldoende kansen krijgen om zichzelf verder te ontwikkelen. Clubs verwijzen jonge trainers vaak naar officiële opleidingen, terwijl uit het onderzoek naar voren komt dat jonge trainers ook behoefte hebben aan interne coaching en bijscholing binnen hun eigen club.
Dat is een interessant signaal.
Een opleiding volgen blijft waardevol, maar leren gebeurt ook gewoon op de club.
Samen een training voorbereiden. Een ervaren trainer die eens komt kijken. Na de training vijf minuten napraten. Een concrete situatie bespreken die vorige week moeilijk liep.
Pedagogische ontwikkeling hoeft niet altijd een cursus te zijn.
“Praten met ouders is voor een jonge trainer niet vanzelfsprekend”
Een van de meest herkenbare resultaten gaat over ouders.
Maar liefst 54,4% van de jonge trainers mist voldoende ondersteuning bij de communicatie met ouders. De leeftijdskloof speelt daarbij een belangrijke rol.
Voor een trainer van 17 of 18 jaar kan het best spannend zijn om een moeilijke boodschap te brengen aan een ouder die veel ouder is.
Wat kan een sportclub daaraan doen?
Axel stelt een eenvoudige oplossing voor: zorg dat jonge trainers en ouders elkaar aan het begin van het seizoen op een informele manier leren kennen.
Geen moeilijke procedure. Geen uitgebreid beleidsplan.
Gewoon ervoor zorgen dat mensen elkaar kennen vóór het eerste moeilijke gesprek moet plaatsvinden.
“Vertel jonge trainers waarvoor je als club staat”
Ook de normen en waarden van een sportclub verdienen aandacht.
Uit het onderzoek blijkt dat er bij jonge trainers nog behoorlijk wat onduidelijkheid bestaat over die clubwaarden. Axel waarschuwt ervoor om ervan uit te gaan dat een mail, flyer of document voldoende is.
Normen en waarden moeten actief en regelmatig besproken worden.
Want van een jonge trainer verwachten dat hij respect, sportiviteit, inclusiviteit of positief gedrag overdraagt aan zijn spelers, kan alleen wanneer hij zelf weet: “Zo willen wij het hier in onze club doen.”
Vier eenvoudige lessen voor iedere sportclub
Wat kunnen sportclubs morgen al uit het onderzoek van Axel meenemen?
- Geef iedere jonge trainer een herkenbaar aanspreekpunt. Zorg dat hij of zij nooit moet zoeken naar hulp.
- Breng ontwikkeling naar de club. Combineer formele opleidingen met mentoring, feedback en korte praktijkgerichte leermomenten.
- Help jonge trainers in hun omgang met ouders en moeilijke situaties. Laat hen daar niet alleen in zoeken.
- Maak normen en waarden zichtbaar in gedrag. Vertel niet één keer waarvoor de club staat, maar blijf erover praten.
Het zijn misschien geen spectaculaire maatregelen. Maar precies daarin zit hun kracht.
Misschien moeten we jonge trainers niet sneller loslaten, maar langer begeleiden.
Een jonge trainer van 16, 18 of 21 jaar hoeft nog niet alles te kunnen.
Hij of zij moet vooral ervaren:
Ik mag hier leren.
Ik mag hier fouten maken.
Ik kan hier hulp vragen.
Er zijn mensen die in mij geloven.
Ik krijg kansen om te groeien.
Dan wordt een eerste ervaring als trainer misschien geen engagement voor enkele maanden, maar het begin van jarenlang trainerschap.
En misschien moeten we daarom naast de vraag: “Hoe vinden we de trainers van morgen?”
steeds vaker een tweede vraag stellen: “Hoe zorgen we ervoor dat een jonge trainer er nooit alleen voor staat?”
Dat is misschien wel een van de belangrijkste lessen die we uit de bachelorproef van Axel kunnen meenemen.
Enorm veel dank aan Axel Belmans voor zijn onderzoek, zijn inzichten en vooral voor het luisteren naar de stem van jonge trainers.
Want wie wil weten hoe we jonge trainers in zijn/haar club beter kunnen vinden én behouden, kan misschien het best beginnen met één eenvoudige vraag: “Wat heb jij nodig om graag trainer te zijn?”
Contact: belmansaxel1@gmail.com

