Skip to content Skip to footer

Spinley Dessel en Molvoc bundelen trainerskrachten voor sterke jongensteams

Volleybalclubs Spinley Dessel en Molvoc slaan dit seizoen de handen in elkaar om jongens in de leeftijdscategorieën U13 en U15 betere ontwikkelingskansen te geven. Het resultaat? Drie gezamenlijke ploegen — twee provinciale teams en een regionaal team — gedragen door een hecht trainersteam en twee clubs die duidelijk hetzelfde doel delen: jongens laten groeien in volleybal én plezier laten beleven.

Wat zeggen de cijfers over jeugdtrainers?

Beide clubs investeren sterk in hun jeugdwerking en dat blijkt ook uit de aantallen trainers en ploegen.
Molvoc telt momenteel 23 jeugdploegen, aangevuld met een volleybalschool en een bewegingsschool. Met één of twee trainers per groep komt dat neer op een team van zo’n dertig jeugdtrainers en assistenten die dagelijks instaan voor opleiding en begeleiding.
Bij Spinley Dessel zijn er jaarlijks zo’n 12 tot 13 jeugdploegen, goed voor ongeveer twintig trainers en assistenten. Opvallend is dat veel begeleiders jong zijn: assistenten starten vaak op zestien of zeventien jaar, terwijl hoofdtrainers vanaf U13 doorgaans ouder zijn dan 22 en al heel wat ervaring hebben opgebouwd. Hoe jonger de spelers, hoe jonger vaak ook de trainer — een bewuste keuze om leeftijdsgenoten dicht bij elkaar te houden.

Hoe zit de samenwerking in elkaar?

De samenwerking tussen beide clubs kreeg dit seizoen concreet vorm bij de jongens U13 en U15, waar samen drie ploegen werden samengesteld: twee provinciale teams en een regionaal team.
Volgens Dylan Cosemans van Spinley Dessel stond het bestuur meteen achter het idee. “Zo kunnen we elke speler op zijn niveau laten spelen en bieden we iedereen de beste ontwikkelingskansen.”
De basis voor de samenwerking werd al jaren geleden gelegd. Trainers van beide clubs kwamen elkaar regelmatig tegen op tornooien en oefenwedstrijden en merkten dat het niveau gelijkaardig was. Er ontstond wederzijds respect en vertrouwen. Vorig seizoen werd de nood echt voelbaar toen in Dessel grote niveauverschillen binnen één ploeg opdoken. Dat leidde tot overleg met Molvoc.
Kenneth Loos bevestigt: “De vraag kwam vanuit Dessel. Samen met ons bestuur hebben we beslist om de krachten te bundelen. Zeker bij de jongens is dat interessant, omdat veel clubs beperkte aantallen hebben. Door cluboverschrijdend te werken kunnen we homogener indelen en spelers beter laten groeien.”
De gezamenlijke ploegen startten vorig seizoen al in mei met voorbereidende trainingen. Tijdens het seizoen wordt samen competitie gespeeld. De trainingen gaan door in Mol, terwijl de thuiswedstrijden voorlopig in Dessel plaatsvinden. Voor volgend seizoen wordt bekeken hoe die verdeling verder kan worden uitgebouwd.

Wat is je grootste wens?

Wat is je grootste wens?
Voor Dylan draait alles om ontwikkeling boven clubgrenzen heen.
“Als trainer moet je durven loskomen van het eigen dorp en de eigen club. Wat wil ik écht? Dat de jongens zich ten volle kunnen ontwikkelen. Door samen te werken in de Zuiderkempen en krachten te bundelen, kunnen we sterker staan en concurreren met grotere ploegen. Iedereen speelt op zijn niveau — daar wint iedereen bij.”
Kenneth legt de nadruk op motivatie en plezier:
“Mijn grootste wens is dat trainers en spelers zo lang mogelijk gemotiveerd blijven, dat we samen plezier blijven maken en dat we de jeugd een sterke opleiding kunnen geven.”

Twee clubs, één visie. Molvoc en Spinley Dessel tonen hoe samenwerking niet alleen sportief sterker maakt, maar ook verbindt. Een Zuiderkempen-verhaal dat inspireert — vandaag én morgen.

Leave a comment